De druif Pecorino: Italië's verborgen witte parel

De druif Pecorino: Italië's verborgen witte parel

Door Joost Vissers  |  vrijdag 02 oktober 2026  |  Categorie: Wijnsoorten

De naam zorgt bijna altijd voor verwarring: Pecorino is geen kaas, maar een witte druif uit centraal Italië die de afgelopen decennia een indrukwekkende comeback heeft gemaakt. Van bijna vergeten regionale curiositeit tot een van de meest gewilde witte wijnen van de Abruzzen en Marche, Pecorino verdient meer bekendheid dan het nu krijgt. 

Waar komt de naam vandaan? 

De naam Pecorino komt vermoedelijk van pecora, het Italiaanse woord voor schaap. De meest gangbare verklaring is dat de druif rijpt in de late zomer, precies wanneer schaapskuddes door de bergachtige wijngaarden trokken op weg naar lagere weidegronden, en de dieren onderweg graag van de rijpe druiven aten. Een andere theorie stelt dat de kleine, dichte trossen aan een schapenvacht doen denken. 

Een druif die bijna verdween 

Tot in de tweede helft van de twintigste eeuw was Pecorino bijna verdwenen uit de Italiaanse wijngaarden. De druif is namelijk lastig te telen: lage opbrengsten, een gevoeligheid voor bepaalde ziektes en een voorkeur voor hooggelegen, koelere percelen maakten hem minder aantrekkelijk dan productievere druivenrassen. Pas vanaf de jaren negentig begonnen wijnmakers in de Marche en Abruzzen de druif serieus te herontdekken, gedreven door zijn unieke smaakprofiel. 

Hoe smaakt Pecorino? 

Pecorino levert witte wijnen met een onderscheidende combinatie van frisheid en body. De aroma's neigen naar citrus, groene appel, salie en soms een subtiele honingtoon, terwijl de zuurgraad opvallend hoog blijft, zelfs bij volle rijpheid. Dat zorgt voor wijnen die tegelijk rijk en fris aanvoelen, een combinatie die niet veel andere Italiaanse witte druiven bieden. 

De beste Pecorino's, vaak afkomstig van hooggelegen wijngaarden in de Abruzzen, tonen ook een minerale, bijna zilte ondertoon, wat de wijn extra diepte geeft. Dat maakt Pecorino aantrekkelijk voor wijnliefhebbers die op zoek zijn naar iets anders dan de bekendere Italiaanse witte druiven zoals Pinot Grigio of Trebbiano. 

Waar groeit Pecorino? 

De belangrijkste gebieden liggen in de Marche en de Abruzzen, met name rond de heuvels van Offida en Controguerra. Deze regio's, gelegen tussen de Apennijnen en de Adriatische Zee, bieden het koele, hooggelegen klimaat dat Pecorino nodig heeft om zijn karakteristieke frisheid te behouden. De bodems zijn er vaak kalkrijk, wat bijdraagt aan de minerale ondertoon van de wijn. 

Twee producenten die deze druif bijzonder goed in huis hebben zijn Tenuta de Angelis, met wijngaarden in de Marche, en Collefrisio, gevestigd in de Abruzzen. Beide huizen laten zien hoe verschillend Pecorino tussen de twee regio's kan smaken, ondanks de korte afstand. 

Ontdek Tenuta de Angelis 

Pecorino bij het eten 

Dankzij zijn combinatie van frisheid en body is Pecorino verrassend veelzijdig aan tafel. Bij eenvoudige visgerechten, met name gegrilde of gebakken witvis, komt de frisse zuurgraad goed tot zijn recht. Ook bij pasta met zeevruchten of een lichte risotto met citroen werkt de wijn uitstekend. 

De iets vollere body van Pecorino maakt hem bovendien geschikt voor gerechten die voor sommige lichtere witte wijnen net te machtig zijn, zoals gegrilde kip met kruiden, of gerechten met een romige saus. Het is een druif die de brug slaat tussen lichte, frisse witte wijn en de volheid van een houtgerijpte Chardonnay, zonder zelf hout te gebruiken. 

Een druif om te onthouden 

Pecorino is een goed voorbeeld van hoe de Italiaanse wijnwereld continu in beweging is, met oude, bijna vergeten druiven die dankzij toegewijde producenten een tweede leven krijgen. Voor wie graag buiten de bekende paden treedt binnen de Italiaanse witte wijn, is Pecorino een verrassende en de moeite waard om te ontdekken. 

Bekijk de wijnen van Collefrisio 

Even geduld a.u.b.